Monthly Archives: april 2015

14777425918_83bc970a1f_z (1)

Harmonie in de mosh pit

Ze bestaan nog steeds: metalheads. Met de wijde broeken en shirts waarmee ze hun favoriete band als blikvanger in de schijnwerper zetten. Tijdens metalconcerten vormen ze één zwarte zee die wild op en neer golft op het ritme van de beukende muziek. Maar een heavy metalconcert is niet waardig te noemen als er geen mosh pit is. Vaak ontstaat deze dan ook al dan niet spontaan, waarbij de fans zich kunnen ontladen en een eigen sociale orde kunnen creëren. Het wordt in de wetenschappelijke literatuur beschreven als een chaotische dans waarbij de moshers willekeurig bewegen en tegen elkaar op botsen. Maar in gewone taal kun je het zeggen dat er regelmatig op los geslagen wordt geslagen of met de ellebogen gebeukt. Dit gaat er soms zo hard aan toe, dat mensen behoorlijk geblesseeerd kunnen raken.

Moshende MASHers
Hoewel het op het eerste gezicht een chaotische bedoening lijkt, is uit onderzoek gebleken dat er een evenwicht in een mosh pit is. Deze is vergelijkbaar met het evenwicht dat bij gassen plaatsvindt. Het enige verschil met chemische kinetica is dat gassen zich in tegenstelling tot de moshers vaak in een lagere dichtheid bevinden en zichzelf niet aansturen.
Tot deze conclusies zijn wetenschappers gekomen door versimpelde modellen te gebruiken met behulp van een ‘mobile active simulated humanoid’, oftewel een MASHer. Dit is een klein voorwerp dat uit zichzelf beweegt en reageert op bepaalde stimuli. De onderzoekers hebben twee soorten MASHers gebruikt, die de twee soorten metalheads reflecteren: actieve en passieve deelnemers van de mosh pit. De actieve MASHer verweert zich tijdens botsingen, beweegt zich naar voren, heeft veel intera14443255993_90bc089b5c_zctie met de andere moshende MASHers en beweegt zich in willekeurige richtingen die afhangen van de omgeving. Deze MASHer gedraagt zich dus als een actief deelnemende moshende metalfan. De passieve MASHer staat aan de buitenkant van de mosh pit en houdt zich afzijdig van de beukende praktijken.

Evenwichtige mosh pits
Met behulp van deze MASHers werd duidelijk dat tijdens een mosh pit de beweging van deelnemers willekeurig wordt door de muziek en de botsingen. Op zo’n moment is er geen evenwicht te vinden in de groep. Maar als de mensen na verloop van tijd dichter op elkaar gaan staan en het geluid zacht is gaan de moshers allemaal op dezelfde manier bewegen. Er verschijnt een evenwicht dat vergelijkebaar is met het evenwicht dat bij gassen plaatsvindt. Daarbij gaan de buitenste gasdeeltjes verder weg staan van het centrum, terwijl de gasdeeltjes in het midden in een cirkelvorm draaien als een draaikolk. Dat is precies het geval bij een circle pit. Dit is een pit waarin de metalfans moshend in een cirkel lopen.

Tegendraads
Een ander opvallende uitkomst vanhet onderzoek is dat volgens deze gesimplificeerde modellen er bij circle pits even vaak met de klok mee als tegen de klok in bewogen wordt. Maar na het analyseren van videobeelden van metalconcerten is gebleken dat er in het echt 95% van de tijd tegen de klok in gemosht wordt. Waarschijnlijk komt dat doordat de meeste mensen rechtshandig zijn. Rechtshandige mensen hebben namelijk de neiging om naar links te draaien, terwijl linkshandigen eerder rechtsom draaien.

3070818470_54765f7a16_z

Literatuur:

  • Riches, G. (2011). Embracing the Chaos: Mosh Pits, Extreme Metal Music and Liminality. Gabrielle Riches. Journal for Cultural Research Vol 15(3), pp. 315-332.
  • Mohr, C., Landis, T., Bracha, H.S., Brugger, P. (2003). Opposite turning behavior in right-handers and non-right-handers suggests a link between handedness and cerebral dopamine asymmetries. Behavioral neuroscience 117(6), pp. 1448-1452.
  • Silverberg, J.L., Bierbaum, M., Sethna, J.P., Cohen, I. (2013). Collective motion of humans in mosh and circle pits at heavy metal concerts. Physical Review Letters 110(22), 228701.
SmartBoard2

Homo electrus of Homo defectus in het digitale tijdperk?

Scholen gaan goed mee met hun tijd. Er is bijna geen schoolbord meer te vinden in klaslokalen. In plaats daarvan hangen er grote smartboards aan de muur. Studieboeken worden steeds vaker vervangen door tablets en iPads. Ook thuis is er van alles aan digitale media te vinden. Kinderen besteden dus hun meeste tijd achter de schermen. Maar wat is de invloed van deze digitalisering op kinderen en de ontwikkeling van hun hersenen?

smartboard

Slechter lezen maar beter in wiskunde
Het zijn vooral tegenstrijdige resultaten die steeds weer de kop op steken bij onderzoeken naar de invloed van digitale media. Zo zijn er aan de ene kant nadelen aan verbonden als kinderen veel achter de computer zitten. Kleuters blijken er een slechtere concentratievermogen en meer leesproblemen door te krijgen. Basisschoolkinderen hebben oppervlakkigere vriendschappen doordat ze meer bezig zijn met computergames dan met buiten spelen. En verschillende games die gericht zijn op het verbeteren van de cognitieve vaardigheden zorgen juist voor slechtere schoolprestaties.
Aan de andere kant is er ook een positief verhaal te vertellen. Er staat namelijk tegenover dat games bepaalde vaardigheden stimuleren die niet bij sociale activiteiten gestimuleerd worden. Computerspellen die alleen bedoeld zijn voor vermaak kunnen juist een positieve werking hebben op bijvoorbeeld de motoriek en het concentratievermogen. En met wiskundeprogramma’s  werd wel degelijk beter gescoord op toetsen. Ook blijk je beter met stress om te kunnen gaan als je veel gamet.

Sloom brein?
Spitzer zegt in zijn veelbesproken boek Digitale Dementie dat digitalisering schadelijk is doordat de hersenen hierdoor steeds luier worden. De computer kan veel werk overnemen van het brein, waardoor er minder nieuwe verbindingen tussen de neuronen worden aangemaakt. Minder verbindingen betekent een minder effectief brein. Als bepaalde neuronen bovendien niet meer worden gebruikt, zullen deze na verloop van tijd zelfs afsterven.
Maar bij een ander onderzoek komt juist naar voren dat de hersenen harder moeten werken bij het zoeken naar informatie op internet. Als iemand dit vaak ddownloadoet is er meer activatie van neuronen dan bij het lezen van een ouderwets boek. Dat komt waarschijnlijk doordat er meer keuzes gemaakt moeten worden, zoals wat je wel en niet wilt lezen. Bovendien zijn websites meer visueel gericht, waardoor neuronen die te maken hebben met visuele stimuli actiever worden.

Slechter switchtasken door mulitasken
Ophir en zijn collega’s hebben onderzoek gedaan naar de invloed van multitasken met verschillende moderne media op studenten. Hiervoor vroegen ze aan meer dan 250 studenten van de Universiteit Stanford hoe zij verschillende media gebruiken. Hieruit bleek dat degenen die veel aan het multitasken waren minder goed in staat waren om belangrijke informatie te onderscheiden van onbelangrijke informatie. Ze werden bovendien makkelijker afgeleid door irrelevante impulsen uit de omgeving en konden minder goed overschakelen naar een nieuwe taak. Daarnaast zijn jongeren die meer digitale media gebruiken sneller afgeleid dan jongeren die meer boeken lezen. Uit deze resultaten kan geconcludeerd worden dat de hersenen op een andere manier informatie gaan verwerken door het multitasken met digitale media.

Moeten scholen meegaan met de digitale golf?
Is het wel of niet goed dat scholen steeds meer gebruik van schermen in de klaslokalen? Er zijn zeker voordelen aan het digitale mediagebruik verbonden. Het is alleen ontzettend belangrijk dat de goede programma’s ingezet worden, aangezien ze anders snel een negatief effect op de leerontwikkeling hebben. Dus laat ze eerst maar eens doordachte en effectieve software maken, voordat scholen de eerste de beste programma’s in de klaslokalen gebruiken. Het gaat tenslotte om de generatie van de toekomst. Daar moet je niet mee experimenteren.

Literatuur:

  • Agarwal, S., Goel, D. Sharma, A. (2013). Evaluation of the factors which contribute to the ocular complaints in computer users. Journal of Clinical and Diagnostical Research 7(2), pp. 331-335.
  • Bavelier, D., Green, C. S., & Dye, M. W. G. (2010). Children, wired: For better and for worse. Neuron 67(5), pp. 692–701
  • Levine, L.E., Waite, B.M., Bowman, L.L (2007). Electronic media use, reading, and academic distractibility in college youth. Cyberpsychological Behaviour 10(4), pp. 560-566.
  • Ophir, E., Nass, C., Wagner, A.D. (2009). Cognitive control in media multitaskers. Proceedings of the National Academy of Sciences of the United States of America 106 (37), pp. 15583-15587.
  • Owen, A.M., Hampshire, A., Grahn, J.A., Stenton, R., Dajani, S., Burns, A.S., Howard, R.J., and Ballard, C.G. (2010). Putting brain training to the test. Nature 465, pp. 775–778.
  • Small, G.W., Moody, T.D., Siddarth, P., Bookheimer, S.Y. (2009). Your brain on Google: Patterns of Cerebral Activation during Internet Searching. American Journal of Geriatric Psychiatry 17(3), pp. 116-126.
  • Spitzer, M. Digitale Dementie – Hoe wij ons verstand kapotmaken. Atlas Contact, 2014.

 

 

 

 

 

 

 

IMG_20150417_143540

Kankerpillen: eerder dood door vitaminepillen

Tegenwoordig word je haast doodgegooid met wat je niet meer mag eten. Fris, vleeswaren, light-producten en magnetronpopcorn zijn een paar voorbeelden die  kankerverwekkend zijn. Nu kan je vitaminepillen ook nog op dat kankerlijstje zetten. Want het is inmiddels bewezen dat je door  vitaminepillen met antioxidanten eerder onder de grond belandt.

Antioxidantenhype
Eerst ging men ervan uit dat antioxidanten het verouderingsproces vertraagden en kanker konden voorkomen. Dat zou komen doordat ze vrije radicalen te lijf gaan. Vrije radicalen zorgen voor schade aan de cellen door oxidatie, een proces waarbij een electron wordt weggehaald van een molecuul. Uiteindelijk leidt dit tot de vernieling van complete weefsels en organen. Tot deze conclusie kwam  Denham Harman in 1945 doordat hij zag dat hoe ouder men was, hoe meer oxidanten er in het lichaam waren.
Dit leverde een grote kans op voor producenten: alles met antioxidanten was ineens goud waard. Het werd een grote reclamehype die blindelings werd geloofd. Een paar jaar geleden werd het nog vol trots op de verpakking gezet als een product bomvol zat met antioxidanten omdat ze verschillende gezonde effecten zouden hebben. Tegenwoordig mag dit niet meer op producten vermeld worden.

IMG_20150416_234158

Groene thee extract wordt vanwege de hoge concentratie antioxidanten veel geslikt

Eerder kanker en overlijden
Verschillende onderzoeken hebben namelijk aangetoond dat je juist eerder kanker krijgt door antioxidanten. In 1994 werden resultaten gepubliceerd naar de invloed van β-caroteen, dat omgezet kan worden tot vitamine A. Deze stof is niet alleen te vinden in groene en oranje groenten, maar ook in een vitaminepot. Rokers die deze antioxidant slikten kregen vaker longkanker. In 1996 werd een vergelijkbaar onderzoek afgerond. Hieruit bleek dat in de vijf jaar dat rokers β-caroteen kregen ze 28% meer kans hadden op longkanker. Daarnaast 12030193816_a954594c6fwaren er tijdens het onderzoek 17% meer mensen overleden vergeleken met de groep rokers die geen vitaminen slikten. Ook is men erachter gekomen dat er naast een vergroot risico op longkanker ook meer kans is op maagkanker door β-caroteen. In 2007 bleek dat er 5% meer sterfgevallen door kanker zijn bij niet-rokers die β-caroteen, vitamine A en vitamine E  slikken. Hoewel er een paar onderzoeken tegenstrijdige data geven, bevestigen verreweg de meeste recente onderzoeken deze alarmerende resultaten.

Eat until you drop
Feit blijft dat oxidanten cellen beschadigen en dat antioxidanten deze beschadiging voorkomen. Zo blijkt maar weer dat niets zo simpel is als het lijkt. Er zijn verschillende vrije radicalen die allemaal een andere functie kunnen hebben. Zo kan de ene vrije radicaal schadelijk zijn terwijl de ander broodnodig voor onze gezondheid is. Ook kan het zijn dat een bepaalde concentratie een positief effect heeft, terwijl alle hoeveelheden die daarvan afwijken schadelijk zijn. Met andere woorden, we weten nog niet wat gezond is en wat niet. Maar bij mij gaan de vitaminepillen in ieder geval de vuilnisbak in.

Literatuur:

  • Harvie, M. ‘Nutritional supplements and cancer: potential benefits and proven harms’. In: American Society of Clinical Oncology educational book, 2014, pp. 478-486.
  • Hashim, D., Gaughan, D., Lucchini, R.G. (2015). Baseline Serum β-carotene Concentration and Mortality among Long-Term Asbestos –Exposed Insulators. Cancer Epidemiology, Biomarkers and Prevention 24(3), pp. 555-560.
  • Versluis, K. (2013). De vrije val van de antioxidant. Bionieuws 6, pp. 8-9.
  • Wenner Moyer, M. (2015). The Myth of Antioxidants. Scientific American 1, pp. 20-25.
13243538625_7e2fc9a907

De toekomstige schoonmakers van ons riool: genetisch gemodificeerde bacteriën

Onder normale omstandigheden kan de natuur zelf stoffen die normaal gesproken niet of veel minder in de natuur voorkomen (xenobiotica) afbreken. Maar door de grote ophopingen van gifstoffen door grootschalige vervuiling kan de natuur dit probleem niet meer zelf oplossen. Het onvermijdelijke gevolg is dat steeds meer xenobiotica zoals zware metalen in het water belanden. Deze komen vervolgens weer terecht in de voedselketens, waardoor we deze giffen binnenkrijgen. In kleine hoeveelheden kunnen zware metalen gunstige effecten hebben, maar in grotere hoeveelheden zijn ze zonder uitzondering schadelijk. Bij mensen kan dit bijvoorbeeld voor hersenbeschadiging, leverfalen, kanker, auto-imuunziektes en zelfs de dood zorgen.

Bioremediatie als schoonmaakmiddel
Door de eeuwen heen heeft de mens verschillende manieren gevonden om schadelijke stoffen af te breken. Bioremediatie is één van de succesvolste methoden. Hierbij worden verontreinigde gebieden hersteld met behulp van levende organismen die de xenobiotica afbreken. Dat gebeurt door middel van biodegradatie, waarbij bacteriën, schimmels of planten via natuurlijke reacties stoffen afbreken tot minder schadelijke stoffen.
Bioremediatie heeft het grote succes te danken  aan vele voordelen ten opzichte van andere methoden. De kosten zijn namelijk lager en er worden geen chemicaliën gebruikt. Daarnaast zijn de processen van bioremediatie vaak schoner dan bij andere strategieën doordat er levende organismen worden gebruikt. Tot slot wordt het probleem in situ – ter plaatse opgelost. Hierdoor is de transportvan xenobiotica onnodig.2275402842_8dd70e149e_z

Creatief met genen
Hoewel bioremediatie veel voordelen biedt, wordt het ook gelimiteerd door de grenzen van de natuur. In sciencefiction films zoals X-men wordt onterecht het idee gecreëerd dat gunstige mutaties een veel voorkomend fenomeen zijn. Verreweg de meeste mutaties hebben juist geen effect of zorgen zelfs voor een defect. Daardoor hebben microben zich nog niet kunnen aanpassen om alle gesynthetiseerde moleculen, die sinds relatief korte tijd in de natuur voorkomen, te kunnen vernietigen.
Maar met behulp van genetische modificatie kan hun evolutionaire ontwikkeling worden versneld. Hierbij worden opzettelijk en doelgericht genen van een levend organisme veranderd door middel van kunstmatige technieken, door bijvoorbeeld een gen van een ander soort toe te voegen in een genoom of door mutaties in een specifiek gen op te wekken. Een organisme met één of meerdere vreemde genen wordt een genetisch gemodificeerd organisme (GGO) genoemd .
GGO’s kunnen veel voordelen voor bioremediatie bieden. In de natuur is een grote diversiteit aan microben die verschillende vervuilende stoffen kunnen afbreken, maar dit proces gaat vaak ontzettend langzaam. Bovendien zijn verschillende xenobiotica schadelijk voor de microben zelf. Ten slotte kunnen gesynthetiseerde moleculen, zoals eerder gezegd, vaak nog niet of onvolledig afgebroken worden. GGO’s kunnen al deze problemen moeiteloos omzeilen.

Twee voorbeelden van genetisch gemanipuleerde bacteriën voor in het riool  
Bacteriën kunnen op verschillende manieren gemanipuleerd worden voor verbeterde bioremediatie van afvalwater. Eén manier is het identificeren van organismen die geschikt zijn voor modificatie doordat ze genen hebben die een groot voordeel bieden. Een voorbeelIMG_20150415_145126d hiervan is Caulobacter crescentus, die gemodificeerd is voor de afbraak van cadmium. Dit is één van de zware metalen die te vinden zijn in afvalwater. Het is recentelijk geassocieerd met Multiple Sclerosis en andere syndromen waarbij myeline wordt afgebroken. Nu zijn er wel microben die cadmium kunnen afbreken, maar in alle gevallen wordt dit gedaan door het giftige metaal op te nemen in de cel. Hierdoor wordt het organisme beschadigd en de afbraak beperkt.  Maar C. crescentus is resistent tegen de giftige werking van cadmium dankzij speciale genen.  Bovendien is deze bacterie onschadelijk en kan hij overleven in omgevingen met weinig voedsel. Door hexa-histidine peptiden, moleculen die cadmium kunnen binden, toe te voegen aan de buitenkant van de cel kan de gemodificeerde C. crescentus 94,3% tot 99,9% van de cadmium verwijderen. Dat is veel sneller dan de afbraak van 11,4% tot 37,0% door het natuurlijke type.
Een andere aanpak is het modificeren van enzymspecificiteit en -affiniteit. De productie van enzymen wordt gereguleerd door de transcriptie en translatie van bepaalde genen. Met genen van andere organismen kunnen GGO’s nieuwe enzymen maken die een betere affiniteit hebben om bepaalde substraten af te breken. Of ze krijgen een specificiteit voor nieuwe substraten zodat ze andere moleculen kunnen  vernietigen. Van dit principe is gebruik gemaakt om bacteriën te ontwerpen die trichloroethylene (TCE) af kunnen breken. TCE is hoogstwaarschijnlijk een kankerverwekkende stof en is één van de meest voorkomende vervuilende stoffen in water. Pseudomonas stutzeri kan dit volledig afbreken dankzij het enzym Toluene-o-xylene monooxygenase (ToMO). Vardar en Good hebben door DNA shuffling bij P. stutzeri gericht het ontstaan van positieve mutaties gestimuleerd in het touA gen, dat codeert voor ToMO. Verschillende DNA strengen met elk verschillende mutaties werden vervolgens in een E. coli stam geplaatst. Deze kon TCE tot 2,8 keer sneller afbreken.

Acceptatie
Ondanks deze veelbelovende ontwikkelingen staat het onderzoek naar genetische modificatie de laatste jaren nagenoeg stil, doordat het artificieel veranderen van organismen nog maar weinig maatschappelijk geaccepteerd wordt. Maar de bovenstaande voorbeelden laten zien dat GGO’s veel beter xenobiotica kunnen afbreken vergeleken met wildtype bacteriën. Nu de vervuiling van onze leefomgeving ver buiten de perken gaat, lijkt het dan ook noodzakelijk te zijn dat er verder onderzoek wordt gedaan naar de mogelijkheden van GGO’s. Dat geldt niet alleen voor de bioremediatie van water, maar ook voor het schoonmaken van de verontreinigde bodem en lucht. Wil dit daadwerkelijk gebeuren, dan moet de bevolking eerst begrijpen dat dit de beste manier is om vervuiling tegen te gaan, zodat de grote angst voor GGO’s verdwijnt en onze toekomstige redders in nood worden geaccepteerd.

Literatuur:

  • Akpor, O. B., & Muchie, M. (2010). Bioremediation of polluted wastewater influent: Phosphorus and nitrogen removal. Scientific Research and Essays, 5(21), 3222-3230.
  • Campbell, N. A., Reece, J. B., Urry, L. A., Cain. M. L., Wasserman, S. A., Minorsky, P. V., & Jackson, R. B. Biology. San Francisco, CA: Pearson Education, 2008.
  • Ehrenfeld, D. (2003). Globalisation: Effects on Biodiversity, Environment and Society. Conservation and Society, 1(1), 100-111.
  • Furukawa, K. (2003). ‘Super bugs’ for bioremediation. Trends in Biotechnology, 21(5), 187-190.
  • Kulshreshtha, S. (2013). Genetically Engineered Microorganisms: A Problem Solving Approach for Bioremediation. Journal of Bioremediation and Biodegradation, 4. doi: 10.4172/2155-6199.1000e133
  • Lawrence, E. (Ed) (2008). Henderson’s Dictionary of Biology. San Francisco, CA: Pearson Education Limited, (14e ed.).
  • Patel, J., Zhang, Q., McKay, M. L., Vincent, R., & Xu, Z., (2010). Genetic Engineering of Caulobacter crescentus for Removal of Cadmium from Water. Applied Biochemistry and Biotechnology, 160, 232-243. doi: 10.1007/s12010-009-8540-0
  • Reineke, W. (1998). Development of Hybrid Strains for the Mineralization of Chloroaromatics by Patchwork Assembly. Annual Review of Microbiology, 52, 287-331. DOI: 10.1146/annurev.micro.52.1.287.
  • Shim, H., & Wood, T. K. (2000). Aerobic degradation of mixtures of chlorinated aliphatics by cloned toluene-o-xylene monooxygenase and toluene o-monooxygenase in resting cells. Biotechnology and Bioengineering, 70(6), 693-698.
  • Singh, J. S., Abihlash, P. C., Singh, H. B., Singh, R. P., & Singh, D. P., (2011, 1 juli). Genetically   engineered bacteria: An emerging tool for environmental remediation and future research perspectives. Gene, 480(1-2), 1-9. doi: 10.1016/j.gene.2011.03.001
  • Thieman, W. J., & Palladino, M. A. (2009). Introduction to Biotechnology. San Francisco, CA: Pearson Education.
  • Urgun-Demirtas, M., Stark, B., & Pagilla, K. (2006). Use of Genetically Engineerd Microorganisms (GEMs) for the Bioremediation of Contaminants. Critical Reviews in Biotechnology, 26(3), 1145-164.
  • Vardar, G., & Wood, K. W. (2005). Protein engineering of toluene-o-xylene monooxygenase from Pseudomonas stutzeri OX1 for enhanced chlorinated ethane degradation and o-xylene oxidation. Applied Microbiology and Biotechnology, 68(4), 510-517.
  • Xu, Z., Lei, Y., & Patel, J., (2010). Bioremediation of soluble heavy metals with recombinant Caulobacter crescentus. Bioengineered Bugs, 1(3), 207-212.

 

6795002457_856846f68f_m

Allemaal paranormaal

Juist als je aan iemand denkt kom je diegene toevallig tegen. Of je wilt iemand bellen, maar die ander is je net voor. En hoe vaak gebeurt het niet  dat je allebei tegelijkertijd hetzelfde zegt? Is dit nou puur toeval of zit er toch iets meer achter?

Omstreden taboe
Telepathie is van een afstand het overbrengen van gevoelens van de ene geest naar de andere. Voor de meeste wetenschappers bestaat telepathie niet, voor andere mensen gaat het om een paranormale gave of is het een occulte bezigheid waar je je niet mee bezig moet houden. Maar wat als het gewoon een natuurlijk fenomeen is dat wetenschappelijk te verklaren is?
Helaas is er in de wetenschap alleen nog weinig aandacht voor telepathie. Als er al  een onderzoek wordt gedaan, wordt deze term vaak angstvallig vermeden; uit angst dat het onderzoek bij voorbaat al onwetenschappelijk wordt verklaard. Ze spreken dan liever van bijvoorbeeld ‘thought transferrence’ of ‘unconscious communication’.

Toeval bestaat niet
De weinige wetenschappers die het aandurven om hiernaar onderzoek te doen, komen met opmerkelijke resultaten uit de bus. Zo is er het zogenaamde ‘Creery experiment’, waarbij de drie kinderen van dominee Creery werden onderworpen aan een aantal testen. De jongste dochter moest bijvoorbeeld zeggen welke willekeurige naam iemand in gedachtenIMG_20150411_100054 had. Hierbij had ze het vijf van de tien keer goed.  Een andere opdracht was om te zeggen welke kaart iemand getrokken had, zoals de harten boer. Van de 380 keer had ze het 202 keer goed. Bij een pure gok zou iemand het ongeveer zeven keer goed hebben geraden.  De andere twee kinderen hadden vergelijkbare resultaten. Dat kan toch geen toeval zijn?
Bij een ander onderzoek zijn 63 willekeurige mensen gevraagd om te raden wie hen opbelde. Ze hadden de keus tussen vier mensen. Na 571 testen is gebleken dat als ze de keus hebben tussen vier mensen met wie ze een hechte band hebben, ze het in 53% van de gevallen goed hebben. Maar als ze door onbekenden gebeld worden, hebben ze het één op de vier keer correct, wat dus precies overeenkomt met de gokkans van 25%.
Dit is een aanwijzing dat telepathie vooral kan plaatsvinden tussen mensen die elkaar goed kennen. En wie kennen elkaar nu beter dan tweelingen? Uiteraard is dan ook naar deze groep onderzoek gedaan. Zo is gebleken dat 60% van de tweelingen het gevoel heeft een telepathische ervaring te hebben gehad. Een vaak voorkomende gebeurtenis is dat de ene tweeling iets overkomt, terwijl de ander die ergens anders is, dezelfde pijn voelt op exact dezelfde plek. Of dat ze het aanvoelen als de ander zich emotioneel of lichamelijk niet goed voelt, zonder dat ze bij elkaar zijn of elkaar hebben gesproken.

Draadloze gedachten
Met draadloos bellen kun je iemand die mijlenver weg is toch horen praten. Waarom zou dat niet met gedachten kunnen kunnen? Het is bewezen dat er trillingen worden opgewekt als iemand iets denkt en dat die gedachten zich voortbewegen in golven. Bovendien hebben wetenschappers vastgesteld dat er chemisch van alles verandert in de hersenen als je over iets nadenkt. Het kan dus zijn dat gedachten via trillingen in de lucht waargenomen kunnen worden.

Spiegelneuronen89083198_ad57a04096_m (1)
In de jaren negentig zijn spiegelneuronen ontdekt die mogelijk een rol kunnen spelen bij gedachten lezen. Dit zijn motorneuronen die impulsen van de hersenen en zenuwstellen overbrengen naar de spieren. Ramachandran, één van de onderzoekers hiernaar, heeft hoge verwachtingen van de impact van deze neuronen op de toekomst in de psychologie:

“I predict that mirror neurons will do for psychology what DNA did for biology: they will provide a unifying framework and help explain a host of mental abilities that have hitherto remained mysterious and inaccessible to experiments.”

Tot nu toe is ontdekt dat je door spiegelneuronen het gedrag van anderen kunt imiteren. Een handeling die gedaan wordt door een ander, wordt gesimuleerd in de hersenen van degene die kijkt. Behalve dat een handeling virtueel nagedaan kan worden, kan er ook fysiek geïmiteerd worden met behulp van deze neuronen.
Het tweede effect dat spiegelneuronen hebben is empathische gevoelens ervaren, dat wil zeggen, het kunnen inleven in de gevoelens van anderen. Als we iemand een bepaalde emotie zien hebben, worden bij ons dezelfde spiegelneuronen geactiveerd als we die emotie zelf zouden voelen. Spiegelneuronen zorgen dus niet alleen voor het simuleren van handelingen in het hoofd, maar ook van emoties, waardoor we begrijpen wat er in het hoofd van een ander omgaat. Niet door het te beredenen, maar door het te simuleren.
Niet iedereen heeft hetzelfde aantal spiegelneuronen. Volgens de assiociatieve hypothese worden spiegelneuronen gevormd worden tijdens de individuele ontwikkeling, dus na de geboorte. Babies van tien tot elf maanden oud beginnen met imiteren van anderen. Door de ervaring dat een bepaalde observatie in verband staat met bepaalde acties, kunnen motorneuronen zich transformeren tot spiegelneuronen. Dansers en musici hebben hoger ontwikkelde spiegelneuronen dan gemiddeld doordat ze meer ervaring hebben met het simuleren van acties. Psychopaten hebben juist minder empathie en minder spiegelneuronen. Opvallender nog is het dat als hen gevraagd wordt zich te proberen in te leven  in iemand, er meer spiegelneuronen geactiveerd worden en ze meer empathie voelen.
Hiermee is nog geen directe link tussen spiegelneuronen en telepathie te vinden. Het laat wel zien dat de één gevoeliger is om gevoelens van anderen waar te nemen. Hetzelfde kan gelden voor telepathie: dat de één makkelijker telepathische talenten kan ontwikkelen dan de ander. Ook kan het ervaren van empathie een voorloper zijn van telepathie of juist een rudimentaire restant ervan zijn. Mocht telepathie toch een keer een bron van onderzoek worden in de wetenschap, dan kan het zijn dat de spiegelneuronen een sleutel tot het antwoord zijn hoe telepathie mogelijk is.

Overlevingsstrategie 
Jay Schulkin geeft antwoord op de vraag waarom we een telepathisch vermogen zouden hebben ontwikkeld. Volgens hem kan gedachten lezen een voordeel bieden om te overleven door natuurlijke selectie. Door de gedachten en bedoelingen van een ander aan te voelen, kun je beter anticiperen op wat de ander gaat doen. Zo heb je een grotere kans dat je problemen op de beste manier kunt oplossen of de ander kan aftroeven. Een telepathisch vermogen ontwikkelen is dus eigenlijk heel logisch en voordelig.

Literatuur:

  • Atkinson, William Walker. Practical Mind-Reading: Lessons on Thought-Transference, Telepathy, Mental-Currents, Mental Rapport, Etc. Advanced Thought Publishing Co. Chicago. 1908.
  • Blakeslee, S. (2006). Cells That Read Minds. Geraadpleegd op 27 maart 2015, van http://www.nytimes.com/2006/01/10/science/10mirr.html?pagewanted=all
  • Brusewitz, G., Cherkas, L., Harris, J., Parker, A. (2013). Exceptional Experiences Amongst Twins. Journal of the Society for Psychical Research pp. 220-235.
  • Iacoboni, (2006). Media Violence Induces Imitative Violence: The Problem With Super Mirrors. Geraadpleegd op 27 maar 2015 van http://www.edge.org/response-detail/11789Mirror
  • Keysers, C. (2013). The Empathic Brain – How mirror neurons help you understand others. Geraadpleegd op 27 maart 2015, van http://www.psychologytoday.com/blog/the-empathic-brain/201307/inside-the-mind- psychopath-empathic-not-always
  • Kohler, E., Keysers, C., Umilta, R.A., Fogassi, L., Gallese, V., & Rizzolatti, G. (2002). Hearing sounds, understanding actions: Action representation in mirror neurons. Science, 297, pp. 846–848
  • Lehrer, J. C. (2008). The Mirror Neuron Revolution: Explaining What Makes Humans Social. Geraadpleegd op 27 maart 2015, van http://www.scientificamerican.com/article.cfm?id=the-mirror-neuron-revolut
  • Meffert, H., Gazzola, V., Den Boer, J. A., Bartels, A. A., Keysers, C. (2013). Reduced spontaneous but relatvily normal deliberatie vicarious represenations in psychopathy. Oxford Journals Medicine Brain, 136 (8). pp. 2550-2562
  • Pile, S (2012). Distant feelings: telepathy and the problem of affect transfer over distance. Transaction of the Institute of Britisch Geographers, 37(1). pp. 44-59.
  • Ramachandran, V. S. (2000). MIRROR NEURONS and imitation learning as the driving force behind “the great leap forward” in human evolution. Geraadpleegd op 27 maart 2015, van http://www.edge.org/3rd_culture/ramachandran/ramachandran_p1.html
  • Schulking, J. (2000). Theory of mind and mirroring neurons. Trends in Cognitive Sciences, 4 (7). pp. 252-254.
  • Sheldrake, R., Smart, P. (2003). Experimental Tests for Telephone Telepathy. Journal of the Society for Psychical Research pp. 184-199.